Rasstandaard

  1. Algemeen voorkomen
    De Castlemilk Moorit is een middelgroot primitief (type) schaap. De hele verschijning is elegant en evenwichtig. De dieren hebben een intelligente blik, zijn alert en levendig.

  2. Kleur
    Alle dieren vertonen de typische 'moorit' kleur. Aan de basis is de wol donker chocolade bruin, door het zonlicht verkleuren de uiteinden tot een warm beige. De onbewolde poten en het hoofd behouden een donkere roodbruine kleur.

  3. Tekening
    Alle dieren vertonen een opvallend moeflon-patroon, met lichte aftekening rond de ogen, de onderkin, de buik, het achterste rond de staart, de knieën en (onderaan) de binnenkant van de poten. Ook de borst kan een lichtere vlek vertonen.

  4. Kop
    Het hoofd is vrij van wol (een beetje wol op de wangen is toegestaan) en vlak tussen de oren. Een kleine variatie in hoofdkleur is aanvaardbaar, mits de moeflontekening intact blijft. Het hoofd van de ooien is eerder fijn, de rammen hebben een wat forser hoofd, maar steeds in verhouding tot de elegantie van het ras.

  5. Horens
    Zowel de rammen als de ooien hebben grote, opvallende horens. De ooien dragen fijne, gebogen horens die liefst wijd uit elkaar staan. Rammen hebben veel zwaardere, spiraalvormige horens, die de wangen in geen geval raken. De doorsnede van de horens van de ooi is eerder plat, die van de ram meer vierkant. Beide horens zijn zo symmetrisch mogelijk.

  6. Nek en schouders
    De dieren hebben een lange hals, die goed op de schouders is geplaatst.

  7. Lichaam
    De dieren hebben een stevige, rechte rug met een ruime romp.

  8. Poten
    De eerder lange poten zijn fijn en vrij van wol. De hoefjes zijn eerder smal en zwart.

  9. Staart
    De staart is kort, smal en pijlpuntvormig. Het uiteinde heeft een donkerdere kleur.

  10. Wol
    Donkerbruin, met natuurlijk gebleekte punten. De vacht is zacht, dicht en gelijkmatig, zonder kemphaar. Bij oudere dieren, in het bijzonder rammen, is minimale beharing toegestaan op de borst en nek. De lengte van de wol bedraagt ongeveer 4 tot 8 cm.

  11. Formaat
    Volwassen ooien wegen gemiddeld 35 à 40kg; rammen ongeveer 50 à 55kg.

Singleton2013-2

Singleton2013

Ongewenste eigenschappen en kleine fouten:

  • Onvoldoende donkere grondkleur.
  • Afwijkende horens: asymmetrisch, te smal naar achteren, te kort.
  • Onduidelijk afgetekend moeflon-patroon.
  • Teveel kemphaar.
  • Geen rechte rug.
  • Te klein of overdreven smal gebouwd
  • Overdreven zwaar gebouwd.

Grove fouten:

  • Lichte grondkleur.
  • Onvolledig moeflon-patroon.
  • Naar binnen draaiende horens.
  • Ontbreken van één of twee teelballen.
  • Afwijkende onderkaak.
  • Te lange staart.

Inteeltcoëfficiënt:

Gezien de beperkte genetische basis van het ras, is het uitermate belangrijk te streven naar een zo breed mogelijke genetische diversiteit.
Met behulp van de 'Wright's Coefficient of Inbreeding' berekent de Castlemilk Moorit Rasvereniging België het inteelt-percentage van elk dier (dit wordt tevens op de stamboom vermeld).
Op aanvraag kunnen ook de verwantschap tussen ram en ooi(en) en de inteeltcoëfficiënt van mogelijke lammeren berekend worden. Schapen met een te hoge coëfficiënt moeten in ieder geval ingezet worden tegen zo onverwant mogelijke dieren.