Ontstaangeschiedenis

Het schapenras Castlemilk Moorit ontstond eind jaren 1920, begin jaren 1930 uit een kruising van Shetland, wilde Mouflon en Manx Loghtan. Op het domein van de Castlemilk Estate van de familie Buchanan-Jardine in de buurt van Lockerbie, Dumfriesshire, leefde de kudde gedurende meer dan veertig jaar in afzondering, zodat de specifieke raskenmerken zich konden verankeren.

Een en ander begon in 1927, toen Sir John Buchanan-Jardine het landgoed erfde van zijn vader. Hij had een sterke voorkeur voor bruine dieren - naast schapen ook runderen en foxhounds - en wilde een schapenkudde uitbouwen om de familie in de behoefte aan wol te voorzien. In 1928 kocht hij 14 ooilammeren van de Ballindalloch Estate in Banffshire, waarschijnlijk twee-hoornige Shetlandooien.

shetlandooi moeflon manx loghtan

Er wordt gezegd dat hij deze dieren in 1930 liet dekken door een Mouflon ram, het wilde schapenras van Corsica en Sardinië. In 1936 werd bovendien ook een Manx Loghtan ram aan de kudde toegevoegd. Hoewel vaak wordt beweerd dat de Castlemilk Moorit ook Soay-bloed heeft, is dit waarschijnlijk niet het geval. Sir John introduceerde wel een Soay-ram in de groep, maar omdat dit niet de verhoopte resultaten opleverde, werden alle kruiselingen weer verwijderd.

Rond 1949 zou zich op die manier een kudde hebben gevormd, die meestal bestond uit een zestigtal ooien en twee of drie rammen. Doorheen de volgende twintig jaar, tot aan de dood van Sir John in 1970, werd door nauwkeurige selectie een homogeen ras gevormd. Na het overlijden van Sir John, erfde zijn zoon Rupert het landgoed. Omdat hij andere plannen had met de boerderij, besloot hij de meer dan honderd schapen te verkopen. Veel interesse was er echter niet. Slechts twee kopers boden zich aan: Joe Henson van het Cotswold Farm Park kocht zes ooien en één ram en Mr. Mundue uit Northumberland kocht vier ooien. De rest van de dieren werd geslacht, zodat in 1970 het hele Castlemilk Moorit uit nog slecht elf dieren bestond. Eigenlijk maar tien, want een dag na aankomst in het Cotswold Farm Park, raakte een hond in de kudde, waardoor één ooi in de afrastering haar nek brak. Alle Castlemilk Moorit-schapen stammen vandaag dus af van één ram en een handvol ooien en dat zonder duidelijke gebreken door inteelt.

In 1974 kocht James Furness uit Derbyshire één oude ooi, haar ooilam en een ram van Joe Henson. In 1976 ging Major Lindsay Wallace uit Shropshire de vier ooien van Mr. Mundue halen. Een bijpassende ram vond ze bij James Furness. Op dat moment waren er dus drie zuivere kuddes in Engeland.

Rond 1983 waren er een dozijn fokkers met samen een tachtigtal schapen. Omdat de dieren gedurende zes opeenvolgend generaties waren geregistreerd, werd de Castlemilk Moorit op dat moment als een apart ras aanvaard door de Rare Breed Survival Trust. Volgens een telling in 2003 zouden er in het Verenigd Koninkrijk een 688-tal fokooien geregistreerd staan. Toch staat de Castlemilk Moorit Anno 2013 nog steeds vermeld als 'vulnerable' op de lijst met bedreigde rassen van de Rare Breed Survival Trust.

Joe Henson van Cotswold Farm Park bezorgde ook dieren aan Jan Van Erp van schapenpark 'Goede Hope' in Hoofdplaat, Nederland. Hierdoor kwam het zeldzame ras ook in de lage landen terecht, waar het intussen enkele (hobby)fokkers wist te charmeren.